Archive for januari 2007
Akli D. – Ma Yela





De meeste wereldmuziek die mijn “bureau” bereikt, is, ehm, wereldpop. Daarmee bedoel ik een ietwat gladde, duidelijk op de Westerse markt afgestemde mengelmoes van stijlen. Wat Arabische invloeden, wat Afrikaanse ritmes en wat Franse teksten. Akli D. is zo’n artiest en hij serveert de hele mikmak met stijl, ook dankzij wat geinige studio-foefjes, zoals een subtiel vocodertje in de openingstrack Salam.
Dark Meat – Universal Indians





Traditionele jo-ho-ho-rock met blazers en een gigantisch aantal zangers. Het energieke gezelschap Dark Meat is waarschijnlijk een geheide hit op de zomerfestivals. In de woonkamer komt hun muziek echter wat minder tot z’n recht, vooral omdat er geen memorabele nummers op “Universal Indians” staan.( luisteren )
Red Joy Reid – It Is Now Safe To Turn Off Your Computer





Niet nieuw, zelfs erg oud. In 1999 was daar opeens Red Joy Reid, een mysterieuze vrouwelijke artiest die al snel uitgroeide tot een soort pop-icoon voor de intelligentia in de muziek. Mooie ambient and melodische IDM kwam er uit de handen van deze fantastische artiest. De bel spatte uiteen toen vlak voor 11 september 2001 haar Audiogalaxy pagina een vreemd bericht bevatte. Speculaties over zelfmoord waren het gevolg.
In 2004 gaf ene Matt Tuozzo toe dat Red Joy Reid (anagram voor Jodie (Foster / Wynona) Ryder) een verzinsel was. Ondanks die hele geschiedenis blijft de muziek van Red Joy Reid, volgens Tuozzo “de afdankertjes van zijn eigen muzikale project”, fantastisch om naar te luisteren.
Menomena – Friend And Foe





Complexe indiepop met een gevarieerd instrumentarium, ingewikkelde songconstructies en een falsetstem. U kent het inmiddels wel. Een grandioze mislukking wanneer mindere goden zich eraan wagen, een waar genot als getalenteerde muzikanten ermee aan de haal gaan. Menomena behoort tot de laatste groep.( luisteren )
Rob Crow – Living Well





Crow is de helft van Pinback, meesters van de gelaagde thuisstudio-indiepop. Zijn solo-platen waren altijd wat rommeliger, maar dit keer heeft hij de zaken serieus aangepakt. Gevolg? Een Pinback-plaat die toch wat mist. Beetje flauw ja, maar Crow blijft hier steken in korte schetsjes, die allemaal nét geen supermelodie hebben.
SAND – The Dalston Shroud





Vieze scheve dansmuziek met gitaren, synthesizers en allerlei ander onduidelijk geluid. Op welk sombermans-feestje dit precies gedraaid wordt, weet ik niet, maar ik wil er ogenblikkelijk naartoe. SAND weet een brug te slaan tussen de gruwelijke industrial van de vroege jaren tachtig, gitaarnoise en feestelijke postpunk. Warm aanbevolen.( luisteren )
Bat For Lashes – Fur And Gold





Hoera voor Grrrl Power. Tori Amos en Björk zijn nou niet bepaald originele invloeden en het is dan ook best verrassend hoe de dame achter dit pseudoniem ze toch weer aardig, op haar eigen manier, weet te imiteren. De liedjes beklijven niet, maar swingen (meestal) wel lekker op duistere wijze. Een melodramatisch album dat tevreden stemt.
(zie ook: Bat For Lashes – Fur And Gold [ 3 / 5 ])
Nicolay – Here





Gruizige hiphop die helaas, de viezigheid ten spijt, nogal eens met suikerzoete koortjes meent te moeten strooien. De samples zijn echter wel aardig en de, eh, “groove” is tamelijk prettig dus als je gedwongen op een urban feestje moet rondlopen, mag je in je handjes knijpen wanneer de DJ iets van “Here” opzet. Echt aanstekelijke nummers staan er echter niet op waardoor je deze plaat in alle andere gevallen gewoon links mag laten liggen.( luisteren )
Akron/Family – Meek Warrior





Wat is dat toch voor reflex, dat bands/artiesten het op de plaat ná de doorbraak vaak in herrie zoeken? Akron/Family doet er ook aan mee, de scheurende saxofoons buitelen in de opener over elkaar heen. Gelukkig volgt daarna meteen een wiegeliedje, zoals we die van hun debuutalbum kennen. Helaas, Gone Behind is een van de spaarzame hoogtepunten en de lage score wordt definitief zeker tijdens de flauwe (en saaie) gospel-parodie die het albumpje afsluit.
Huntsville – For The Middle Class





Hoewel je zou zeggen dat dit allemaal uit de computer komt, blijkt het (min of meer) live ingespeeld te zijn door een trio bestaande uit een drummer, een bassist en een gitarist. Die dan wel tevens met een flinke batterij elektronica in de weer zijn geweest. Hoe het ook zij, Huntsville heeft een aardig staaltje organische abstractie bijelkaargespeeld waaruit zo nu en dan flarden herkenbaar geluid opstijgen om je bij de les te houden. De vier stukken op deze plaat zijn ook nog eens meer dan behoorlijk van opbouw, om niet te zeggen meeslepend, dus wie niet vies is een smakelijk klanklandschap op z’n tijd schaft zich “For The Middle Class” ogenblikkelijk aan.( luisteren )