Archive for mei 2007
Oi Va Voi – Oi Va Voi





Gelikt kitschbehang voor wereldburgers. Oi Va Voi smeert wat klezmer, wat Arabische pop en wat Balkan-loopjes over z’n nogal glibberige zondagmiddaglounge en levert zo een werkstukje af dat nog niet eens zo verschrikkelijk beroerd is als het echt heel, heel erg glad moet zijn.
Aa – gAame





Op “gAame” probeert Aa ongeveer hetzelfde als Liars op Drum’s Not Dead maar dan met geluiden uit de presetbanken van hun synthesizer. Zonde van de moeite.
Electrelane – No Shouts, No Calls





Nogal gammele Britse indiepop (tjek die valse zang dan!) met krautrock-invloeden maar die laten zich vooral gelden in de te pas en te onpas terugkerende motorik-beat: “No Shouts, No Calls” bevat namelijk uitsluitend nogal bleue om niet te zeggen slaapverwekkende gitaarliedjes.
Wilco – Sky Blue Sky





Dit had een revanche op A Ghost Is Born kunnen zijn, ware het niet dat het fantastische zij-project Loose Fur daarvoor al had gezorgd. Sterker nog, Sky Is Blue voelt als een iets te softe versie van Born Again In The USA. Gelukkig hebben ze de dubbelloopse gitaarsolo’s meegenomen, al kunnen die een gigantische middendip niet verhinderen. Het geluid is zeer fijn, maar eigenlijk blijft alleen het spookachtig goede slotnummer On and On and On echt hangen.
Slaraffenland – Private Cinema





Frisse postrock uit Kopenhagen. Slaraffenland weet z’n nummers luchtig te houden en geeft in de meeste nummers op “Private Cinema” niet toe aan de verleiding de geluiden van de afzonderlijke instrumenten met elkaar te versmeren tot een bombastische smurrie. Wel kakt de plaat in de tweede helft behoorlijk in waardoor “Private Cinema” niet het fijne staaltje intelligent instrumentaal behang is geworden dat-ie had kunnen zijn als er van begin tot eind goede nummers op hadden gestaan.
Dungen – Tio Bitar





Dungen is een groep Zweden die hun liefde voor de psychedelische rock van het einde van de jaren zestig, met name die van Jimi Hendrix en Pink Floyd, bepaald niet onder stoelen of banken steken. Dat “Tio Bitar” desondanks de moeite van het aanhoren waard is, komt omdat de band er vrij behoorlijk in slaagt de ergste clichés van het genre te vermijden. Ze voorkomen daarmee dat ze op één hoop geveegd worden met die duizenden en duizenden kroegmuzikanten die niets beters weten te verzinnen dan de allerbekendste loopjes van Jimi te herkauwen. Sterker nog, als je niet beter zou weten, zou je zweren dat hun Zweedstalige psychedelica volledig bijeengejamd is in het jaar 1969 zelf.
Cinematic Orchestra – Ma Fleur





Kijk, dat is nog eens een goedgekozen bandnaam. Dit “orkestje” maakt uitstekende kwaliteitsmuzak voor imaginaire films. De lounge-hype is alweer jaren voorbij, maar Ma Fleur is wat mij betreft een cross-over plaat waar ook de hipsters enthousiast van zullen worden. De gastvocalisten zijn al even goedgekozen en schitteren stuk voor stuk, met name ene Patrick Watson, die een broer van Thomas Dybdahl had kunnen zijn.
Unknown Instructors – The Master’s Voice





De indiepunkers van de jaren tachtig zijn inmiddels net zo belegen geworden als de dinosaurusrockers waar ze ooit zo heftig tegenaanschopten. “The Master’s Voice” van Unknown Instructors, een gelegenheidsgroepje bestaand uit Mike Watt en George Hurley (Minutemen) aangevuld met David Thomas (Pere Ubu) en de mij verder onbekende Dan McGuire (Saccharine Trust) bewijst dat maar weer eens. Gefrunnik op een basgitaar, gepeuter op een gitaar en oeverloos gelal: meer heeft deze plaat niet te bieden.
Battles – Mirrored





Instrumentale friemelmuziek. Battles klinkt als Tortoise met ADHD en het is dan ook niet meer dan terecht dat het electonica-instituut Warp deze vierkoppige band uit New York onder z’n hoede heeft genomen. Je zou op hun debuutplaat “Mirrored” kunnen aanmerken dat-ie af en toe nogal van de hak op de tak springt, dat het tempo vaak iets te hoog ligt of dat drummer John Stanier (bekend van Helmet) nipt een maatje te klein is voor de rol van intellectueel die hij zich hier aanmeet, maar dat zou gezeur zijn. Het is gewoon een hele goeie, opgewonden postrockplaat en daarmee uit.
Future Conditional – We Don’t Just Disappear





Kale en toch zeer melancholieke electropop. “We Don’t Just Disappear” heeft helaas bijzonder weinig om het lijf, maar als behang voor triestige robots is de plaat zonder meer geslaagd.