Archive for mei 2007
The Jai-Alai Savant – Flight Of The Bass Delegate





Zo moeizaam en bedacht als de bandnaam klinkt de muziek van Jai-Alai Savant. Op papier lijkt “Flight Of The Bass Delegate” best aantrekkelijk: een snuifje dub, wat overstuurde gitaren en allerlei buitensporig complex drumwerk. In werkelijkheid mist-ie echter drama en overtuiging waardoor-ie op z’n best klinkt als een verzameling outtakes van de minder getalenteerde neefjes van TV On The Radio.
Alva Noto – Xerrox Vol. 1





De ruistapijten van Alva Noto aka Carsten Nicolai beginnen zowaar dramatisch en enigszins melodieus te worden. Aan de ene kant is het prettig te horen dat de man zich muzikaal ontwikkeld heeft en niet is blijven hangen in het steriele geknetter van z’n beginperiode maar het is wel jammer dat z’n muziek nu wat gewoner begint te klinken. “Xerrox Vol. 1” is uitermate intelligent behang, maar helaas niet heel erg veel meer.
Laub – Deinetwegen





Op “Deinetwegen” combineert Laub blues met electronica. Het is een aanmerkelijk betere plaat geworden dan “A Life Without Fear”, de plaat uit 2006 waarop Ekkehard Ehlers hetzelfde probeerde en die aan academische gekunsteldheid ten onder ging. De nummers klinken verrassend natuurlijk en dat komt niet alleen omdat de stem van zangeres Antye Greier nogal prominent aanwezig is. Ook de balans tussen losse bluesloopjes van hooguit twee of drie noten en fris knetterende elektronische percussie is namelijk precies zoals-ie hoort te zijn, zodat we Laub hun neiging gevaarlijk dicht tegen de grenzen van muzak aan te schurken, vergeven.
Patrick Wolf – The Magic Position





Dit jonge genie (volgens sommigen) is alweer een paar platen bezig, maar het kwartje wilde hier nog niet zo vallen. Nu komt de man dan in de buurt, al heeft hij de hulp nodig van Marianne Faithfull! Het duet Magpie is fascinerend mooi en over de spookachtige David Sylvian-sfeer, die her en der aanwezig is, hoor je mij ook niet klagen.
Black Rebel Motorcycle Club – Baby 81





Niet onaardige vierde plaat van dit gezelschap in leren jasjes gehulde Amerikanen. Zoveel lawaai en nageaapte cool als op hun debuut zul je hier niet aantreffen – met name de langzamere nummers zijn tamelijk slaapverwekkend – maar een enkel nummer is zeker aardig. Mits je niet al te zwaar tilt aan het volstrekte gebrek aan originaliteit, uiteraard.
Tiësto – Elements of Life





Ik was altijd een van de mensen die Tiësto maar niets vond. Altijd die saaie, populaire (populistische?) trance. Geen reet aan. Tot ik een review-exemplaar van zijn nieuwe album Elements of Life binnen kreeg. Het album is meer dan dat standaard riedeltje. Het voegt iets toe. Veel verschillende stijlen, overwegend nog steeds vrij populair klinkend, maar veel interessanter dan de zoveelste versie van Adagio for Strings. Of dit een eenmalige actie is, of dat Tiësto zijn leven heeft gebeterd, daar kan ik niets over zeggen. Wat ik wel kan zeggen is dat als hij op deze weg doorgaat, ik Tiësto niet meer automatisch een negatieve bijklank vind hebben.
Vladislav Delay – Whistleblower





Het aantal makers van abstracte elektronische klanktapijten is bijkans oneindig. De Fin die zich Vladislav Delay noemt, is er echter tot nu toe altijd zonder al te veel problemen in geslaagd boven die meute uit te stijgen dankzij zijn vermogen uitzinnige abstractie te laten klinken als vriendelijke achtergrondmuziek. Op zijn nieuwste product voegt hij wat meer percussie aan zijn mix toe dan op eerder werk maar eigenlijk is “Whistleblower” hetzelfde als altijd: ambient waar je naar kunt luisteren zonder je kapot te vervelen met een prettig gruizige productie.
Moskitoo – Drape





Frisse pastorale elektronica met kraakjes en een moeizaam kreunende Japanse damesstem. Niet essentieel, maar zeker ook niet verkeerd. Voor wie Mum en Sigur Ros toch altijd net ietsje te glad heeft gevonden.
Great Lake Swimmers – Ongiara





Ik zag op de mp3-statistiek-website Last.fm dat ik afgelopen week dit album het meest had gedraaid. Enigzins verrassend voor me, al is een logische verklaring dat de plaat zo minimalistisch is dat ie nauwelijks opvalt. Wat niet wil zeggen dat de Great Lake Swimmers geen bijzondere alt. country band is. De sfeer is breekbaar als een spinnenrag en het geluid is zoals altijd geweldig, vol galm door de ruimte zwevend.
Arve Henriksen – Strjon





Elektronisch verknipte trompetmuziek. Dat lijkt vreselijk, maar “Strjon” is aanmerkelijk minder druk dan je zou verwachten, verstild zelfs, en Arve Henriksen weet met z’n laptop een opmerkelijk groot aantal verschillende geluiden uit z’n trompet los te peuteren. Daarnaast bouwt-ie z’n nummers ook nog eens heel behoorlijk op, al zou je op ze kunnen aanmerken dat ze wel erg vaak gevaarlijk dicht in de buurt komen van de grens tussen avontuur en oeverloos gepiel