Harmonia & Eno ’76 – Tracks & Traces Remixed





<!
Waarom zou je remixes maken van een obscuurhistorisch document uit 1976? Wie heeft daar tijd voor? Kennelijk gaat het dan toch om gerechtvaardigd belang want niet de minsten zijn hieraan begonnen. Uiteindelijk worden impressionistische milde klankstructuren omgebouwd tot technoide 4/4 en dat klinkt uitstekend. Shackleton, Appleblim, Voigt en anderen.
Arandel – in D





Mystery-musician Arandel maakt muziek als geen ander met als dogmatisch uitgangspunt eigen opnames en produktie. Hoewel een ode aan ‘ in C’ van Terry Riley, dat ook een spiegel voorhield aan tijdgenoten, is hier van minimalisme geen sprake. Spannende combinatie van techno-ritmes met uitstekende melodiien, soms neigend naar Philip Glass maar altijd levendiger. Voor een debuut die 5 * wel waard.
Isan – Glow In The Dark Safari Set





Jarenlang heb ik Isan zeer hoog geacht maar inmiddels is het kunstje wel uitgewerkt en laat deze opvolger -4 jaar na Plans Drawn in Pencil ( die achteraf ook behoorlijk onzichtbaar was), hooguit wat verdere abstrahering van de electronische welluidendheid zien.
Patrick Pulsinger – Impassive Skies





Moddervette techno met raakvlakken aan Lounge , Disco en Dubstep. Vooral de samenwerking met Fennesz (eveneens oostenrijker) leidt tot fraai eindresultaat.
Grappig trouwens dat alle tracks (featuring …..) bevatten, alsof dat de luisteraar over de streep moet trekken. Fraaie balans tussen gewoon en experiment.
Johann Johannsson – And in the Endless Pause There Came the Sound of Bees





Weelderig romantische soundtrack van een film over knaagdierenoverlast. Hoewel slechts 24 minuten slaagt JJ er ruim in over de tijd te gaan met volledig zelfstandigwerk, dat de film niet nodig heeft. Het Leitmotief is zeer sterk en het adjectief ‘ cinematic’ volledig overbodig.
Trentemøller – Into The Great Wide Yonder





Trendy Trentemøller (spuuglok en mascara) distantieert zich van het karikaturale beeld van electromuziek. Zijn verpletterende Last Resort uit 2007 was reeds een openbaring. Ditmaal is er nog meer ruimte voor de warme kant van techno. Hij kiest zorgvuldig zangeressen en brouwt een dramatisch sterk organisch geheel met extreme diepte , overrompelende afwisseling in dynamiek. Beslist een der besten van dit jaar!
Windsor for the Derby – Against love





Capabele indie band die al 15 jaar meegaat en patent heeft op dromerige introverte pop , alsof Slowdive en Mojave 3 nooit zijn opgehouden. Plaat wordt doorkruist door instrumentale tracks die teruggrijpen naar de oorsprong van de band.
Rustige, gevoelige en aantrekkelijke plaat met behoorlijk Weltschmerz-gehalte.
School of Seven Bells – Disconnect from Desire





Sirenengezang van de aantrekkelijke zusjes Deheza, die in een decor van
electronische sequences, live drums en gitaarpartijen van Ben Curtis een partijtje zwoele dubbelstemmigheid laten horen. Dat het merendeel 4/4 maat is en enige gelijkvormigheid kent betekent hooguit dat het produkt wat minder dromerig is dan het debuut maar wel een geslaagde tweede.
Von Spar – Foreigner





Von Spar bewandelt een nieuwe weg bestaand uit compacte tracks die echt op songs lijken. Begint als Air en eert ook die ander franse icoon: JM Jarre. Het eindigt als Moroder zo vet. Bij vlagen geniaal en een glansrol voor Troops en Hybolt. Enig overblijvende vraag is hoe groot de belangstelling voor dit niche-produkt kan zijn , maar het past goed in het rijtje Lindstrom, Prins Thomas en Kreidler.
Maximilian Hecker – I am Nothing but Emotion …..





Larmoyante titel van een artiest die patent had op pathetische persoonlijke glamour en verslaafd raakte aan het oppervlakkige pop-bestaan . Inmiddels gelouterd en terug op aarde en probeert nu vanuit thuisstudio een come-back. Minder glad maar toch te weinig doorleefd en net te weinig bijgedraaid om voor essentieel levenstestament door te gaan.